Moderne techniek, internet en smartphone gebruik & mp3

Voor de mp3 behorende bij deze lezing klik hier

Uitnodiging

Kandidaat R.J. Jansen duidt in de onderstaande tijdrede actuele ontwikkelingen rond internet en smartphone vanuit Genesis 3 en 4.

In het Paradijs was er één mogelijkheid tot zondigen en daar wist de duivel feilloos gebruik van te maken. De mens gebruikt vanaf zijn val ‘techniek’ om de gevolgen van zijn val te boven te komen. Door ontwikkelingen in techniek zijn er nu talloze mogelijkheden tot zondigen, altijd en overal, heel dichtbij, heel verleidelijk.

Steeds gretiger probeert de 'mensenmoorder van den beginne' ouders en jongeren te verleiden, gezinnen te splijten en levens te verwoesten. Hij heeft 'grote toorn', omdat hij weet dat zijn tijd nog kort is (Openb. 12:12). Nog altijd gebruikt hij het verdraaien en ontkennen van Gods Woord, de begeerte van de ogen en de loze beloften van grootsheid en geluk, om mensen te vangen.

We leven in de tijd, maar hoe er dóór en er uit te komen? De technische ontwikkelingen en duivelse verleidingen hebben grote kracht, maar het Evangelie en het bloed van Christus zijn ook vandaag een kracht Gods tot zaligheid.

We hopen dat vele kinderen en jongeren, met hun ouders, docenten en ambtsdragers ongerust zijn over de duisternis die ons omringt en vervult en om licht uit Gods Woord te ontvangen.

Tijdrede kandidaat R.J. Jansen

Zingen Psalm 119:3 en 5

We lezen uit het heilig en onfeilbaar Woord van God twee gedeelten. Het gedeelte in Genesis 3:1-9 gaat over onze val in Adam en Genesis 4:16-26 over hoe Kaïn en zijn nageslacht nog verder van de Heere afvielen.

Genesis 3:1-9

1 De slang nu was listiger dan al het gedierte des velds, hetwelk de HEERE God gemaakt had; en zij zeide tot de vrouw: Is het ook, dat God gezegd heeft: Gijlieden zult niet eten van allen boom dezes hofs? 2 En de vrouw zeide tot de slang: Van de vrucht der bomen dezes hofs zullen wij eten; 3 Maar van de vrucht des booms, die in het midden des hofs is, heeft God gezegd: Gij zult van die niet eten, noch die aanroeren, opdat gij niet sterft. 4 Toen zeide de slang tot de vrouw: Gijlieden zult den dood niet sterven; 5 Maar God weet, dat, ten dage als gij daarvan eet, zo zullen uw ogen geopend worden, en gij zult als God wezen, kennende het goed en het kwaad. 6 En de vrouw zag, dat die boom goed was tot spijze, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, een boom, die begeerlijk was om verstandig te maken; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook haar man met haar, en hij at. 7 Toen werden hun beider ogen geopend, en zij werden gewaar, dat zij naakt waren; en zij hechtten vijgenboombladeren samen, en maakten zich schorten. 8 En zij hoorden de stem van den HEERE God, wandelende in den hof, aan den wind des daags. Toen verborg zich Adam en zijn vrouw voor het aangezicht van den HEERE God, in het midden van het geboomte des hofs. 9 En de HEERE God riep Adam, en zeide tot hem: Waar zijt gij?

Genesis 4:16-26

16 En Kaïn ging uit van het aangezicht des HEEREN; en hij woonde in het land Nod, ten oosten van Eden. 17 En Kaïn bekende zijn huisvrouw, en zij werd bevrucht en baarde Henoch; en hij bouwde een stad, en noemde den naam dier stad naar den naam zijns zoons, Henoch. 18 En aan Henoch werd Hirad geboren; en Hirad gewon Mechújaël; en Mechújaël gewon Methúsaël; en Methúsaël gewon Lamech. 19 En Lamech nam zich twee vrouwen; de naam van de eerste was Ada, en de naam van de andere Zilla. 20 En Ada baarde Jabal; deze is geweest een vader dergenen, die tenten bewoonden, en vee hadden. 21 En de naam zijns broeders was Jubal; deze was de vader van allen, die harpen en orgelen handelen. 22 En Zilla baarde ook Tubal-Kaïn, een leermeester van allen werker in koper en ijzer; en de zuster van Tubal-Kaïn was Naëma. 23 En Lamech zeide tot zijn vrouwen Ada en Zilla: Hoort mijn stem, gij vrouwen van Lamech! neemt ter ore mijn rede! Voorwaar, ik sloeg wel een man dood, om mijn wonde, en een jongeling, om mijn buile! 24 Want Kaïn zal zevenvoudig gewroken worden, maar Lamech zeventigmaal zevenmaal. 25 En Adam bekende wederom zijn huisvrouw, en zij baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Seth; want God heeft mij, sprak zij, een ander zaad gezet voor Habel; want Kaïn heeft hem doodgeslagen. 26 En denzelven Seth werd ook een zoon geboren, en hij noemde zijn naam Enos. Toen begon men den Naam des HEEREN aan te roepen.

NB. De betekenis van de namen in het geslacht van Kain (Genesis 4) is als volgt: De mens [Adam], verkrijgt [Kain] door training of toewijding [Henoch] grootsheid en verhevenheid [Hirad] maar God slaat hem [Mechújaël], God doodt hem [Methúsaël], hij is ellendig [Lamech]. Jonge mensen, ouders en leraren, Ik wil u en jou vragen: “Leef je nog?” Want de mensenmoorder van de beginne, zoals de Heere Jezus Christus hem heeft genoemd, die jáágt op je! “Wel,” zegt iemand: “Maar u weet toch wel dat we sinds onze val in Adam geestelijk dood zijn?” Dat is waar, maar dat vindt de duivel nog niet genóeg! Met onze val in Adam zijn we onze zaligmakende kennis van God kwijt. Zijn we het eeuwige leven kwijt. Maar er is nog, zoals dat genoemd wordt, het algemene werk van Gods Geest. Een man, die een goede man is voor zijn vrouw. Een vrouw, die een goede vrouw is voor haar man. Een vader die zijn kinderen voorgaat in de weg van het Woord. Dat er nog liefde is, onder de mensen. Dat je nog in staat bent om met andere mensen een relatie in liefde te hebben. Gods Heilige Geest zorgt ervoor dat het op deze aarde nog niet helemaal de hel wordt die wij verkozen hebben. Dat is de algemene werking van Gods Geest, waardoor er nog iets van het beeld Gods in ons ligt, in onze relaties.

De duivel wil dat alles kapot hebben. Hij wil dat je helemaal op hem gaat lijken. Dus hij vindt die geestelijke dood nóg niet genoeg. Als hij je straks mee kan nemen naar de eeuwige verdoemenis, dat vindt hij niet genóeg! Waarom niet? Omdat hij God Zijn eer niet gunt, dáárom niet. Omdat hij het niet gunt aan de Heere, dat er op deze aarde nog iéts is, waarin de goedheid van God blijkt en naar voren komt. Daarom moet álles kapot. Daarom gaat hij almaar voort, al 6000 jaar, om deze wereld en de mensen op deze wereld almaar verder te laten sterven, verder te verwijderen van God en het beeld van de Heere in jou verder kapot te maken. Hij is nooit tevreden. Kijk, dáárom, daarom is het zo belangrijk dat we steeds horen wat Gods Woord zegt, ook aangaande je omgang met de media. Want de God van de Bijbel heeft een Woord dat niet alleen gaat over hoe je ziel zalig wordt en niet alleen over hoe je hart gereinigd wordt. De God van Abraham, Izak en Jakob heeft een Woord als Spiegel hoe je leeft en wie je bent als jongen, meisje, man of vrouw. God werpt in Zijn Woord lícht op héél je leven, omdat de duivel probeert om ook in het gewone alledaagse leven de Heere te onteren. Daarom kunnen wij als ouders, als leraren ook niet zeggen: “Nou ja, goed, onze kinderen moeten door God bekeerd worden, maar voor de rest laten we ze maar zo’n beetje meedeinen met de wereld.” Onmógelijk! Want onze kinderen, ouders, zijn net als u geestelijk dood, tenzij u of zij wederom geboren zijn! Moeten we het beeld van God in hen totaal laten verwoesten? Moeten we ze dan moreel en relationeel ook maar laten sterven? Moeten we ze dan helemaal in zijn klauwen laten meenemen?

Adam en Eva zijn gevlucht voor de Heere, zich bedekkend in de struiken, zich bedekkend met vijgenbladeren. Maar de Heere kwam tot hen met de belofte van het Evangelie, met de prediking van Zijn Zoon: de Heere Jezus Christus. Maar Kaïn daarentegen ging voort in de weg van de dood. Kaïn ging vóórt in het vluchten voor de Heere. Hij vluchtte voor God. En waar vluchtte hij in? Dat lazen we in Genesis 4. Kaïn vluchtte, terwijl de Heere in het Evangelie, in Genesis 3:15, de belofte van het Zaad van de vrouw heeft gegeven. Toen zei de Heere tegen de mensen; “Nu ga Ik je gelukkig maken. Nu ga Ik je weer verlossen uit die gevangenis waar je jezelf in hebt gebracht. Maar Kaïn zei: “Ik maak mijzélf wel gelukkig. Ik zoek zélf wel naar geluk in deze wereld!” En hij vluchtte. Hij vluchtte in de techniek. Je ziet dat de nakomelingen van Kaïn zich gaan specialiseren. Zij gebruiken al hun krachten in onderdelen (aspecten) van de techniek. Kaïn begon er mee en bouwde een stad. En dan moet je daarbij niet denken aan een stad, zoals die vandaag de dag bestaat. Maar Kaïn bouwde een aantal huizen met daaromheen een grote muur. Dat was een stad in die tijd. Waarom deed hij dat? Kain was bang. Bang voor zijn medemens. Maar de Heere had toch beloofd om Kaïn te bewaren. De Heere had zelfs een teken aan Kaïn gesteld dat niemand hem doden mocht. Maar Kain geloofde Gód niet. Dáárom ging hij zichzelf beschermen. Dus door het ongeloof in de belofte Gods ging Kaïn voort en zei: “Ík doe het zelf wel. Ík gebruik mijn verstand. Ík ga nadenken over hoe ík mijzelf beveiligen kan.” Want hij werd voortgedreven door innerlijke onrust. Hij dacht: Ik kan beter voor mijzelf zorgen, dan dat de Heere voor mij kan zorgen. Toen ging hij dus een stad bedenken en een muur bedenken. Met welk doel? Om zichzelf te bewaren, want hij vertrouwde God niet. Dus die stad en die muur die Kaïn bouwde, die hadden een dóel! Daar bedóelde hij wat mee. Zie je het? Als een mens zijn verstand gebruikt, de techniek ontwerpt, dan zit daar een bedóeling achter. Wij denken vaak: Nou ja, met techniek - zoals een smartphone - kan je goede dingen doen als Bijbel lezen en preken beluisteren en natuurlijk kan je er ook heel verkeerde dingen mee doen, dus dat ding is in zichzelf neutraal… Dat is dus niet waar! Die muur die Kaïn bouwde had een dóel! En de ambachten van zijn kleinkinderen hadden een doel. En de ontwerpers van je smartphone en je computer hebben óók een doel. Wat ís dat doel? Is dat doel om je dichter te brengen bij de Heere? Of om je ervan af te brengen? Het zal toch een van beide zijn.

Is dan alle techniek verkeerd? Nee niet alles, want het kan ook een góed doel hebben. Je hebt bijvoorbeeld kerkradio’s [vergelijkbaar met kerktelefoons], waarmee mensen in het oerwoud op zonne-energie kerkdiensten en catechisatie kunnen beluisteren. Dan heeft die techniek een goed doel. Dan díent het de eer van de Heere. Maar die computer van je en die smartphone, welk doel hebben die ontwerpers ermee gehad? Welk doel heeft de dúivel daarmee? Kijk, Kaïn bedóelde met zijn techniek onafhankelijk te zijn van God. Als ik mezélf maar bewaar, als ik mezélf maar een grote muur bouw! Dan heb ik Gód niet meer nodig! Dan hoef ik niet meer op de Heere te vertrouwen. En de ene kleinzoon professionaliseerde de veeteelt [bio-industrie]. Die dacht: Dan zijn we in ieder geval verzekerd van voedsel. De andere kleinzoon ging muziek, orgels en instrumenten maken [amusement-industrie]. De laatstgenoemde kleinzoon ging zich specialiseren in de techniek van ijzerwerk [wapenindustrie].

Maar ál die kinderen van Kaïn die gebruikten de techniek om lós van God het leven te veraangenamen, te vergemakkelijken. Om lós van God te komen en onafhankelijk van Hem te zijn, om vrijer te zijn. Om niet meer zo te leven als Adam en Eva die immers door de zondeval vervloekt waren: Met smart zouden ze kinderen voortbrengen en met zweet het aardrijk bewerken [naar Genesis 3]. Welnu, dat kan ook anders, zeiden die nakomelingen van Kaïn. Ze waren ongelukkig en hadden wat vertier nodig en daarom ontwikkelden ze zich in muziek. Om tóch hun hart te vullen. Want kijk, vóór onze val, was ons hart vervuld van de schoonheid [dienst] van God. In het paradijs was ál ons vermaak in de schoonheid [dienst] van God en daar hadden we genoeg aan God. Maar dat is niet meer zo. Nu is ons hart leeg en zoeken we het te vullen. Dus elke keer als je denkt: Even een filmpje, of éven …, éven maar. Dan blijkt: Je bent gevallen. Je bent God kwijt. Je hart verheugt zich niet meer in een levende God, omdat je Hem niet kent. Je zoekt iets náást God, lós van God, buiten God. Nét als de zonen van Kaïn. Op dezelfde wijze ga je voort. Als wij ons verstand gebruiken kunnen we het leven makkelijker maken, dan kunnen we onze welvaart veilig stellen. Dan kunnen we er voor zorgen dat het toch op een vervloekte wereld nog een beetje uit te houden is. Dat zit achter de techniek en daar doen wij aan mee. Omdat wij niet willen buigen voor God. Daar gaan we zomaar klakkeloos in mee, denkend dat techniek een onschuldig middel is.

Je hoort ook nog wel eens mensen zeggen: “Al die middelen zijn van de Heere gegeven. ’t Is maar hoe je het gebruikt!” Dat is dus niet waar! Je wilt los zijn van God. Gelúkkig zijn buiten God. Kijk, dat blijkt ook wel, Kaïn bouwt een stad en hij noemt die stad ‘Henoch’, naar zijn zoon. Want ergens in zijn geweten voelt Kaïn wel dat hij sterven gaat, maar hij denkt: Dan heb ik toch nog iets bijgedragen aan deze wereld, dan blijft mijn naam nog voortgaan, zoals staat in Psalm 49. Als we een naam geven denken we dat we op deze wereld nog íets blijvends bouwen, dat we op deze wereld íets van betekenis achterlaten. Los van God, onafhankelijk van God, zonder God, zonder weder te keren, zonder te buigen voor God, zonder ons te bekeren tot God. Maar we sterven. Want aan het oordeel van God is toch niet te ontkomen. Kaïn sterft dus steeds dieper. Ja, gestorven in zijn ouders, in de val, ging hij met zijn nageslacht steeds verder op die weg. Vluchtend voor God. En menend zichzelf vrij te maken, onafhankelijk te maken, werd hij steeds meer gebonden door de duivel. Het wordt steeds moeilijker om terug te keren tot God.

Wat is het doel van de middelen die we gebruiken? En wat is de vrucht daarvan? Wat is nu het doel van internet, van je smartphone? Je creëert op internet en op je smartphone helemaal je eigen wereld. Net als Kain zelf ging bouwen, schep je jezelf, los van God. Dat wilde de mens in Genesis 3: Scheppen, als God zijn. Alles wat je begeert is een muisklik bij je vandaan. Alles wat je wilt weten is grenzeloos voor handen. Alles wat je wilt proberen, alles wat je hart begeert, alles is binnen handbereik. Dat heeft de duivel handig geregeld! Hij kent ons hart beter dan wij onszelf. Want hij weet wel dat je hem tóch volgt. Hij weet dat je tóch de verkeerde keuze maakt. Alles wat je wilt is binnen handbereik. Zo dichtbij! Continu is er afleiding! Net als bij Kaïn en in het geslacht van Kaïn. Die mensen zeiden: “Ja, het leven is nu zo troosteloos geworden buiten het paradijs. We worden ziek, we sterven, het leven is moeilijk. We moeten afleiding hebben.” Vandaar dat ze muziek en kunst gingen gebruiken, maar niet tot eer van God, maar om God te vergeten, om de paradijswond in je hart te vergeten. En zo doen wij dat ook, met filmpjes, muziek en de voortdurende afleiding van alles wat internet te bieden heeft. Almaar afgeleid worden, almaar door! Steeds maar geregeerd worden door al dat gebliep, of door de laatste dingen die op Facebook verschijnen, of door al die apps die je gebruikt. Almaar afgeleid. Steeds als je iets in je hart voelt van je ongeluk, steeds als je geweten even spreekt dat je sterven gaat, dan kun je gelukkig weer ergens in vluchten. Dan kun je gelukkig éven een filmpje kijken of éven een berichtje sturen of even de tijdlijn van je beste vrienden bekijken of even… Je bent er zó druk mee, je hebt niet eens tíjd om je te bekeren. Je hebt niet eens tíjd om te sterven. Maar je gaat wel sterven. En je moet je wel bekeren [Ezechiël 18:31-32]. Afleiding! Want dan raak je die stem, dat ongelukkig gevoel van binnen, weer even kwijt. De smartphone geeft afleiding, en je hebt hem altijd in je hand of binnen handbereik om even weer iéts gelukkig te zijn, om even te vergeten dat we gevallen mensenkinderen zijn, om even te denken dat de wereld aan je voeten ligt en binnen handbereik is, om éven te denken dat je - als een god - je eigen wereldje kan creëren. En laten we eerlijk zijn. Dat geldt voor jonge mensen, en ook ouders, ook leraren, en zelfs ook dominees [naar Mattheüs 15:14] doen daar ook aan mee?!

Altijd afleiding, altijd onrust, altijd muziek! Altijd wat in je oren! Altijd contacten! Want stel je voor, dat je oog in oog komt met God. Stel je voor, dat je je onrustige geweten en je ongelukkige hart onder ogen moet zien. Dat is niet om uit te houden, toch? Maar de duivel heeft het bedacht, en wij nemen het in onze handen. Kijk, altijd afleiding, net als bij de kinderen van Kaïn. Muziek maken, kunst maken, creatief zijn, maar niet voor God en niet tot Zijn eer. Niet om daarin Zijn heerlijkheid te doen kennen, maar om te vergeten wie wij zijn. Steeds meer sterf je. Steeds harder worden je hart en je geweten. Steeds minder ontvankelijk word je voor het Woord. Dus zie je, we zijn in Adam gestorven, en door onze handel en wandel sterven we steeds meer en gaan de overblijfselen van het beeld van God, die nog in je liggen, meer en meer verloren. Daar is de duivel nu net op uit. Steeds verder, steeds slechter.

De zonde gaat voort. Dat zie je ook bij het nageslacht van Kaïn, want ze gaan de techniek gebruiken, omdat ze hopen dat het op aarde weer een beetje beter gaat worden. Maar het tegendeel is waar! Want kijk maar naar Lamech. Hij gaat op het pad van zijn vader Kain nog veel erger voort. Lamech gaat nog schaamtelozer zondigen. Hij zégt het zelfs openlijk. Hij is de eerste in de Bijbel die twee vrouwen neemt, terwijl de Heere anders had geboden. Dus hij gaat zijn eigen leventje maken, met behulp van afleidingstechnieken van de duivel. Hij gaat zichzelf wreken, zoals hij zegt tegen zijn vrouwen. De betekenis van de namen van die vrouwen zijn ‘schoonheid’ [Ada] en ‘aantrekkelijkheid’ [Zilla]. Daaruit blijkt dat hij niet meer die vrouwen van harte liefheeft en koestert, zoals God het huwelijk bedoeld heeft. Maar Lamech denkt: Ik neem er twéé. Daar kan ik me nog beter op uitleven. Ik kan nóg meer aan de begeerte van mijn hart tegemoet komen. Schoonheid en aantrekkelijkheid. Het is nog actueel hè, de Bijbel?

Het is eigenlijk niet zoveel anders geworden, alleen in mate is het erger. Omdat de duivel almaar, de jaren en eeuwen door, steeds meer, steeds dichterbij je komt. En de verkeerde kanten van de techniek steeds verder laat ontwikkelen. Hij nam twee vrouwen. Hoeveel vrouwen hebt u, jij? In dat apparaat? Het wordt steeds makkelijker! En Lamech wordt ook steeds harder, dat zie je wel. Want hij zegt schaamteloos: “Kaïn zal zevenvoudig gewroken worden, maar Lamech zeventigmaal zevenmaal.” Wat zegt hij daarmee? Hij zegt: “God kan niet goed voor Kaïn zorgen”, want de Heere had aan Kaïn beloofd dat hij zevenmaal gewroken zou worden. Maar nu zegt Lamech: “Ik kan nog beter voor mezelf zorgen, dan God voor Kaïn zorgt. Ik red mezelf wel. Ik sla me wel door dit leven. Ik maak me onafhankelijk van God. Ik heb geen God meer nodig. Want ik kom zelf wel op voor mijn eigen recht en mijn eigen naam.” Schaamteloos gaat hij voort en roemt hij in de zonde. Profileert hij zich met de zonde. Jij ook? Je profielen, je berichtjes? Om daarmee net als Lamech stoer te doen en openbaar te maken waar je je in uit wilt leven? Om bij de ander geacht te worden? Om door de ander geliked te worden? Lamech profileerde zich met zijn zonde. En jij?

Lamech schaamt zich niet meer dat hij voor zichzélf leeft. Hij schaamt zich niet meer dat hij de vrouwen niet liefheeft zoals de Heere dat ingesteld heeft. Hij misbruikt ze voor zijn eigen eer. Hij schaamt zich niet meer voor de zonde. En jij? En u? Vaders? Moeders? Het wordt na Genesis 2 voor ons vlees steeds beter. Het lijkt steeds vrijer. Want die Lamech is zo’n man die wij in onze tijd zouden achten [die we vrezen, waar we bang voor zijn, die we op een afstand houden, in de gaten houden]. Echt een mens los van God. Hij trekt zich nergens wat van aan, hij doet wat hij wil. Dat is nu waartoe de duivel je bewegen wil. Lós van God doen wat je wilt. Dat is het doel van die apparaten. En steeds méér sterft de mens. Steeds méér slaaf. Steeds méér gebonden. Steeds slechter. Steeds losser van God. Niet alleen geestelijk, maar ook moreel en relationeel gestorven. Zo gaan we voort.

Het begon toen Eva in Genesis 3 God verliet. Kijk, toen kwam de duivel met de verleiding om te eten van de boom der kennis des goeds en des kwaads. Die boom was door God verboden. Waarom heet die boom ‘de boom der kennis des goeds en des kwaads’? Niet dat die boom kennis gaf om goed en kwaad te onderscheiden, maar omdat de Heere daarmee wilde uitdrukken: “Op het moment dat je daarvan eet, op het moment dat je doet wat Ik verboden heb, wéét je, kén je, niet alleen met je hoofd, maar kén je met je hart, kén je met je leven het kwaad. Dan ga je het ervaren dat je wéét wat kwaad is en je weet dan ook wat Ik verboden heb. Je weet dan ook wat je kwijt bent. Dus als je eet, áls je het probeert, áls je meegaat in die verleiding, op dátzelfde moment stort je je in het kwaad, op datzelfde moment kén je het kwaad. Omdat je het bedréven hebt.” Maar Gód had het verboden. En nu menen we dat wij alles wat aan ons voorbij komt neutraal kunnen bekijken, en dat we kunnen kiezen. Ouders denken dat ook. Ze zeggen: “Ja, bij mijn kind komen er heus wel eens verkeerde dingen voorbij, maar hij zal er niet op doorklikken, want het geweten spreekt gelukkig nog.” Maar net zoals bij de verleiding van Eva, op diezelfde wijze werkt de duivel nóg! En dezelfde listigheid en sluwheid heeft hij nóg! Daarmee gaat hij voort. Kijk, zodra hij die boom begeerlijk maakte in haar oog, valt zij. Dus de beelden die ze ziet van die boom zijn sterker dan de woorden Gods in haar geweten. De duivel gebruikte een nieuwe poort om binnen te komen, haar ogen. Nadat hij eerst het Woord van God ontkracht heeft. Ziet u dat?

De slang nu was listiger dan al het gedierte dat de Heere God gemaakt had, en zei: “Is het ook zo, dat God gezegd heeft, gij zult niet eten van al het geboomte dezes hofs?” Zie je wat de duivel doet? Dat doet hij bij jou óók. Hij maakt God verdacht als hij zegt: “Als je naar de Heere luistert, ben je ongelukkig hoor: Die God is zo hard, Die gunt je niks. Die gunt je geen boom in deze hof. Toe maar, hoor, toe maar… Zo’n God, waarvan je niks mag, Die kán je toch niet serieus nemen?! Je moet toch ook leven, Eva?” Nou ja, dat weerlegt ze dan wel, ze gaat een woordenstrijd met hem aan. Maar de duivel gaat voort. Hij liegt ronduit. Hij zegt in vers 4: “Gij zúlt den dood niet sterven.” Dus God had gezegd: “Als je eet van de boom van goed en kwaad, en je ként het kwaad en je valt in het kwaad van Mij af, dan sterf je de dood: Geestelijk en lichamelijk.” En de duivel zegt: “Het is niet waar! Het is niet waar!” Dat doet hij ook bij jou en mij! “Doe maar, doe maar…” Dat hij je de zonde zó voor schildert dat je de gevolgen van de zonden vergeet. Je wordt daar niet meer aan herinnerd.

In de nieuwsberichten die over ons heen komen en in de berichten die je allemaal binnen krijgt, lees je nooit hoe het afloopt met de mensen die je voorgaan in het pad van de zonde. Dát moet je maar even vergeten. Dóórgaan! En vergeet ook welke ellendige gevolgen de zonde heeft in je leven. Hoe het de mensen verwoest en ongelukkig maakt, dát verbergt de duivel. Je denkt: Dat zou ik nu óók wel willen, dat zou ik nu ook wel willen, zo’n rijkdom als die idool van me, zoveel roem als die sportheld, zoveel eer als die muziekheld, zo’n vrij leven met vrouwen, zo… Ja, dat begeert je vlees. Maar de duivel laat je niet zien dat die mensen van bittere ellende een einde aan hun leven maken. Hij laat je niet zien, dat de sporthelden en de muziekhelden van de vorige eeuw nu hun tong kauwen van pijn in de helse vlammen. Dát verbergt hij. Je zúlt de dood niet sterven. Toe maar, ‘t kán wel een keer. Hij verbergt de werkelijkheid. En het lijkt ook niet echt, want de zonde is immers alleen virtueel? Onlangs lazen we een berichtje in de krant over virtual reality. Dat komt eraan en dan wordt er gezegd: Ja, goed, ja we moeten daar toch wel een beetje mee omgaan. Weet u wat we nodig hebben? Geen virtuele realiteit, maar Bijbelse Realiteit. De Bijbelse werkelijkheid is dat je een gevallen mensenkind bent, en dat je het bloed van Jezus Christus nodig hebt. Maar de duivel bedenkt een virtual reality. Daarmee wordt zonde zo makkelijk, zo goedkoop. Je kan in de wereld van je computerspellen, in de wereld van je video’s, daar kun je álles doen wat God verboden heeft. En het heeft helemaal geen gevolgen, tenminste zo lijkt het. Totdat, ... totdat, ... want er is een lévende God!

Alle beelden komen aan onze kinderen voorbij: Beelden van mensen die zich te buiten gaan aan materialisme en rijkdom, beelden van brutaliteit en opstandigheid, beelden van geweld, beelden van challenges die jonge mensen uitdagen om daarmee een kick te krijgen, beelden van pornografie en beelden van geweld. Onze kinderen kiezen wel het goede, denken ouders. Ja wácht even ... wácht even. Al zouden ze kiezen om niet verder te gaan, … alleen al het zien van deze beelden is niet zonder gevaar. Elk beeld wat je ziet geeft een afdruk in je hart en hoofd. Zelfs hersenwetenschappers zeggen dat wanneer je beelden van pornografie of geweld of welke zonde ook ziet, dán wordt er iets in je hersenen geactiveerd. Oók al klík je niet door, ook al gá je niet verder. Zodra je deze zonden ziet ga je hier al iets van ervaren en begeren. Púre wetenschap die de Bijbel bevestigt, dus een onafhankelijk bekijken van alles wat de wereld te bieden heeft en dan kiezen, dát is er niet. En dan zeg je: “Goed, we surfen wat op internet, we krijgen wat binnen op onze smartphone, en dan kunnen wij kiezen.” Dat is niet waar. Want je geweten wordt gevormd door alles wat je ziet. Je wént aan de zonde.

Kijk, de duivel weet hoe krachtig het beeld is, en bekrachtigt dat met zijn leugens. Want eerst ging hij met Eva de discussie aan, ging hij een ánder woord, een ándere theologie naast Gods Woord leggen. Hij ging proberen Eva daarmee te overtuigen, maar toen ze zág, was ze verkocht. Toen ze zag dat die vrucht die God verboden had begeerlijk was, geloofde ze zijn leugen. Tóen was ze verkocht. Wat je ziet, vormt je geweten. Gods Woord zegt bijvoorbeeld dat een leven tussen twee mannen of twee vrouwen een gruwel is. En de duivel vindt dat niet leuk en wil dat juist promoten. Daarom zie je zo vaak op internet beelden van twee gelukkige mannen óf twee gelukkige vrouwen. Want als je dat maar vaak genoeg ziét, dan raak je vanzelf overtuigd dat het helemaal niet zo’n erge zonde is, omdat die mensen ‘gewoon’ mensen zijn. En dat die eigenlijk ook maar een ‘gewoon’ leven hebben. En dat het eigenlijk ook best kan. En als je het maar vaak genoeg ziet, ga je vanzelf geloven dát het zo is. Dan ga je geloven dat je knap, geroemd, geëerd en rijk kan worden via het uitleven van zonden in een wereld van glitter en glamour. Dus het bééld bepaalt je geweten.

Als u uw kinderen een smartphone geeft, dan zegt u tegen de directeuren en de mensen van Google en van Facebook: “Voeden jullie mijn kinderen maar op!” Als ik surf op het internet dan zeg ik tegen al die mensen van internet die daar achter zitten: “Bepalen jullie maar, beïnvloeden jullie maar mijn brein en mijn geweten. Verleggen jullie maar mijn grens, van wat ik goed vind en wat ik kwaad vind. Laat mij maar wennen aan de zonde.” Zo geniepig en zo sluw gaat de satan vóórt. Alles wat je ziet, bepaalt wat je kiest, bepaalt wat je denkt, bepaalt wat je doet en bepaalt wat je begeert. En de duivel slaagt daarin het best als hij je alléén neemt. Let maar eens op hoe hij dat doet in Genesis 3. Wanneer kon hij binnenkomen bij Eva - in haar leven - om haar te verwoesten? Jongens, waar was Adam toen? Eva was alléén. Het is hem toen goed bevallen, die duivel. Een mensenkind alléén. Daarom probeert hij je steeds meer alléén te zetten. Je kan helemaal alléén op je kamer alle vuil van heel de wereld genieten. Je kan helemaal alléén op je kamer door de duivelse macht gevangen genomen worden. Helemaal alléén. Los van je ouders, los van mensen die de Heere vrezen, los van je geweten, … De duivel neemt je alléén. Daarom een personal computer en je eigen smartphone. Dan heeft hij een ingang bij jou alléén. Zo individueel. Je eígen profiel, je eígen keuzes, je eígen likes, je eígen apps. En je sterft alléén steeds verder. Je raakt steeds verder vervreemd van Gods Woord. Want de zonde wordt je in gouden kleuren voor ogen geschilderd. En de God van de Bijbel wordt door de duivel verdacht gemaakt, net als in Genesis 3. Kijk, zo gaat het door, ouders, als u de opvoeding uit handen geeft: Klasgenoten in de WhatsApp groep voeden je kind op, topsterren en sporthelden voeden je kind op, want zij worden identificatie-figuren. Dáár kijkt je kind naar. En waar je naar kijkt, daar ga je op lijken.

Dat is andersom ook zo! In goede zin, want Paulus zegt dat door het aanschouwen van Christus Gods kinderen naar Zíjn Beeld vernieuwd worden [naar 2 Korinthe 3 en kanttekeningen 36]. Maar dat is bij de duivel ook zo: door het aanschouwen van wat de duivel je laat zien wordt je naar dat beeld vernieuwd. Of verwoest, kan ik beter zeggen. Steeds verder, stééds verder maakt hij je kapot. Steeds verder maakt hij Gods schepping kapot; Verwoest hij de aarde, verwoest hij huwelijken, en verwoest hij de ouder-kind relatie: Hij neemt je helemaal alléén. Hij neemt je zo alléén in je smartphone, dat je helemaal los komt van mensen om je heen; of het zondag is, of je zit aan de maaltijd met het gezin, of met klasgenoten in de aula, … je bent verdiept in je smartphone. Het lijkt of je verbonden bent met al je ‘vrienden’ en connecties op je smartphone, maar de duivel neemt je alleen, los van mensen om je heen. Los van échte vriendschappen en relaties. Zo gaat hij voort en zijn macht wordt almaar groter. Kaïn ging voort, los van God. Lamech ging voort, los van God. Jij gaat voort, los van God!

Weet je wat de duivel belooft in al die technische middelen? Vrijheid! Je kan álles kiezen, net als de Heere Jezus, toen Hij verzocht werd en de duivel liet Hem héél de wereld zien: val slechts voor mij neer, aanbid mij slechts en ik zal Je alles geven. Diezelfde verleiding zit in je smartphone. Net als de afleiding waarmee de kinderen van Kaïn zich bezighielden. Want weet je waartoe je geroepen bent in een gevallen wereld? Weet je waarom je leven krijgt van de Heere? Om Gód te zoeken! Om met de Heere te worstelen, om tot Hém weder te keren. En al maar wordt je afgeleid… Dat zoeken en worstelen gaat dan toch niet? Hoe onschuldig zijn dan die middelen? Dan zal ik eens eerlijk iets over mezelf zeggen. Want ook ik ken de afleiding, ook als ik de Heere moet zoeken. Soms dan zoek ik naar een tekst om te preken en dan buig ik mijn knieën en dan vraag ik: “Heere wat mag ik preken, wilt U opening geven?” En dan gaat het niet. Dan komt het niet. Dan is het de roeping van de dienaren van Christus, om met de Heere te blijven worstelen, totdat Hij het Woord opent. Maar dan, net als het moeilijk is in voorbereiding van de preek, krijg ik een berichtje. Afgeleid! Even antwoorden. Even kijken, even op de site van het RD. Zou er nog wat gebeurd zijn? Dus, waar ik geroepen ben om met God te worstelen, om tot Hem weder te keren, daar ben ik afgeleid. En ik kijk niets ongeoorloofds, maar ik ben áfgeleid! Niet gedaan waartoe ik geroepen ben. Daarom móet dat ding weg. Daarom gáát dat ding weg. Ik kan het niet, echt niet.

Al kijk je er geen vuil mee of geen films of geen geweld. Maar het leidt je af en neemt je in beslag. Al die beelden. En kijk, de duivel wil je steeds verder kapot hebben. Hij wil steeds meer cháos maken. Hij is tegen Gods wet. Hij is tegen Gods ordeningen. En nu heeft hij bij bijna de hele wereldbevolking een ingang en neemt hij al die mensen op de wereld alléén.

Begint steeds die slang te sissen in je leven, steeds maar weer, steeds meer? Want onderschat niet dat bij Eva in de hof slechts één boom stond waarvan ze niet eten mocht. Eén gelegenheid tot zonde. En in je smartphone en in je computer is een wóud van gelegenheden tot zonde. Daarom gaat u allemaal voor de bijl. Hij beheerst de computer en dat maakt het zo gemakkelijk voor de duivel. Hij is uit op chaos, want de duivel werkt chaos als hij bij iedereen binnen is. Ik was eens in Afrika, ik was in Nepal, voor zendingswerk. En waar ik ook kwam, tot zelfs in de bushbush, iedereen had zo’n smartphone, al waren die mensen straatarm. Dus die duivel kan de hele wereldbevolking beïnvloeden. Dat wil hij nu net. Hij gebruikt de mensen van Facebook of Google, of die middelen en kanalen. Weet u waar hij op uit is? Hij is eropuit dat álles stuk gaat. Alles waarin nog iets van Gods heerlijkheid blijkt, moet stuk. Dat een moeder, een tere moeder, liefde heeft tot haar kinderen; dat móet stuk. En daarom gebruikt hij de media om ons allemaal voor te schilderen dat je eigenlijk niet meetelt in deze wereld, als je als moeder niet zelf betaald werk doet. Dan tél je niet mee, dan tél je echt niet mee. Dat toetert hij door de media over ons uit. Want moeder en kind; dat moet stuk, man en vrouw; dát moet stuk! Dáárom heeft hij al die handige apps en die porno bedacht: het huwelijk moet stuk en het gezin moet stuk! En nu gaat hij nog verder en gebruikt niet alleen die vuile porno, maar de gewone nieuwskanalen om Gods orde in de schepping kapot te maken. Weet je wat hij dan doet? Dan overlaadt hij het mensdom met berichten. Over ‘man en vrouw’, over iemand die als man geboren is en vrouw wil worden, over twee mannen die samenleven en een kind opvoeden. Zo hersenspoelt hij de mensen, want Gods scheppingsordening móet kapot. Het moet op aarde een grote chaos worden. “Alles wat herinnert aan de goedheid Gods, dat móet stuk,” zegt de duivel. Ja, maar onder het móm van vrijheid, want je mag allemaal kiezen, iedereen mag uit alles kiezen wat je zelf wilt, toch? Zeg het maar: Welk geslacht wil je, welke partner wil je en hoeveel wil je er en welk leven wil je? Alles mag je kiezen. Maar in werkelijkheid ben je slaaf van de satan. Want je bent helemaal gestorven. Het beeld van God is helemaal kapot gemaakt. Dus de Heilige Geest gaat zelfs in Zijn algemene werking weg. Want door de algemene werking van de Heilige Geest is elk mens er in zijn geweten van overtuigd dat één man bij één vrouw hoort. Maar de duivel hersenspoelt ons zo dat de Heilige Geest daaruit wijkt. En via die technische middelen bereikt hij ook onze kinderen, onze jeugd, en over twintig jaar vinden ze dat ook. Als God het niet verhoedt.

De duivel is almaar bezig om de scheppingsordeningen kapot te maken. Weet u waar het naartoe gaat? Weet u waarom hij de hele wereld in zijn greep heeft met de techniek? Het moet toe naar de heerschappij van de antichrist. Kijk, Johannes zegt in zijn brief: “dat de antichrist komt, zo zijn ook nu vele antichristen geworden; waaruit wij kennen dat het de laatste ure is’ [1 Johannes 2:18] De Roomse kerk is de antichristelijke macht en ook de islam is een antichristelijke macht. Er komt een toppunt zegt Johannes, er komt er één, ‘De zoon des verderfs’, de mens der wetteloosheid, die héél de wereld voorgaat. Die de naam en de gedachtenis van Christus, de Gekruisigde, zou willen uitroeien op aarde. Die de ordeningen Gods, van de schepping, zou willen uitroeien van de aarde. Die het Woord van God zou willen uitroeien op aarde. Daar heeft hij alles voor gereed gemaakt. Dat is nabij. Alle kanalen waardoor hij alle mensen bereiken kan liggen er al. Hij is al bezig via die kanalen om ons helemaal los van God te maken en ontvankelijk te maken voor de antichrist. [sinds de val in Adam zijn wij daar allen van nature al ontvankelijk voor. Dat is zichtbaar in het geslacht van Kain!].

Bent u wakker? Bent u wakker?! Heeft u het niet door? Hoe we aan de vooravond staan van de coördinatie van die boze machten? Aan de vooravond van het hoogtepunt van de techniek, het hoogtepunt van z’n duivels rijk? Vol met beelden die het hart vervullen! Waarom? O, dat Ene Beeld, dáárvoor mag geen plaats in je hart zijn. Want de Heere heeft slechts Eén Beeld, het Beeld van de Onzienlijke God, de Heere Jezus Christus. Dat Beeld wil Hij in het hart van Zijn Kerk afdrukken. Dat de schoonheid en de begeerlijkheid van de Heere Jezus Christus, dat Dié je ziel vervulle. Dat je niet meer in je leegheid overal afleiding zoekt, maar dat Zijn heerlijkheid je geopenbaard wordt, om in Hem het leven te vinden. Om in Hem de teruggang tot God te vinden. En daarom lezen we dat het geslacht van Seth, de Naam des Heeren begon aan te roepen. Want het was zo’n gevaarlijke tijd en het geslacht van Seth doorzág de tijdgeest [zoals in 1 Kronieken 13:32]: zo geváárlijk het geslacht van Kaïn, zo geváárlijk de weg van Kaïn. Zo eindigend in de vloek. Je kunt ‘de Naam des Heeren aanroepen’ ook uit de grondtaal vertalen als: Toen begon men zich met de naam des HEEREN te nóemen [naar Genesis 4:26 en kt 52: toen begonnen de rechte kinderen van God zich van de anderen af te zonderen, en noemden zich het volk of de kinderen Gods.]. Dus, toen begonnen zij te zeggen: ja, ja, nu gaat dat geslacht van Kaïn die kant op, maar wíj zijn des Heeren. Dat kan ook jouw belijdenis worden! Hoe kan het dat een jongen, dat een meisje, dat een man, dat een vrouw van harte zegt: “Ik ben des Heeren.” Hoe kan dat? O als dat Ene Beeld Gods, die Schoonste aller mensenkinderen, je hart inneemt. Want Hij wil je doen léven, léven en overvloed geven in je hart en een vrede die de wereld niet kent. Een blijdschap in God, die onuitsprekelijk en onbeschrijfelijk is. O dat vuile pad van de zonde, dat pad van de wereld. O, één druppel van de liefde Gods in Christus Jezus bederft je daarvoor en doet uw oog ontwaken en open gaan voor satans vuile listen. Eén blik op Hem, die Schoonste aller mensenkinderen, zal je hart zo vervullen dat je de wereld niet meer begeert. Weg daarmee! Wég daarmee! Weg met die zooi en met die afgoden die mijn hart aftrekken van het aanschouwen van Jezus. Wég daarmee! En naar de Zoon, Die het oog vervult en het hart vervult van andere liefhebbers.

Dáárom, het kan niet sámen gaan. Duivelse afleiding en vermaak kunnen niet sámengaan met het aanschouwen van Christus. Dan wordt er gezegd: “Volgens de wereld kan je niet anders dan kiezen voor begeleide confrontatie met wat satan laat zien; we moeten onze kinderen laten zien wat er in de wereld leeft.” O, Ik wenste wel dat u uw kinderen confronteert met het Lam Góds. Dat u uw kinderen doet zien op het Lam Góds en ze wijst op het Lam van God op Wie ze grénzeloos mogen zien. Want dat ene Beeld, dáár wil de Heere van dat je onophoudelijk je oog opheft en niemand ziet dan Jezus alleen. [naar Mattheus 17:8]! Maar Hij was veracht. Johannes heeft het uitgeroepen en al Gods dienaren roepen het uit: “Zie, het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt [naar Johannes 1:29].” Maar u ziét niets, want u zit gebógen, gebogen over uw smartphone te kijken naar alle beelden die de duivel uw hart voorschotelt. En u kíjkt niet naar Hem! Zo gestorven, zo dood, zo gebonden. Maar nóchtans, nóchtans gaat het Woord der záligheid uit. En roept de Heere je, opdat jongens en meisjes, vaders en moeders zich zouden noemen zoals dat geslacht van Seth: “Ik ben des Heeren.” En dat zij met de hand zouden schrijven: “Ik ben des Heeren.” Want als Hij verschijnt in je ziel, dan gééf je je gewillig aan Hem. Héél m’n hart, héél m’n leven, héél m’n wandel hoort U toe, o dierbare Middelaar. Want door U ben ik uit de dood, uit de vloek verlost. Door het Lám, door het Lám gereinigd van de dode werken. Hebt u de Heere Jezus Christus lief? Want je kan nog zo rechtzinnig zijn, maar weet u wat God zegt, zwart op wit, in Zijn Woord? Dat een ieder die de Heere Jezus Christus niet liefheeft, die zij een vervloeking. Dan zegt de Heere uit het diepst van Zijn Wezen: “Je hebt je blind gestaard op de zonde, je hebt alle dagen van je leven gekeken wat de duivel je voorhield. Je hebt Mijn Zoon geen blik waardig gekeurd. Je hebt op Hem niet gezien, je hebt niet op Hem gezien, en je hebt misschien wel met zorg gezien op de slang die je beet. En je was dan wel een verontruste ouder en je had met zorg gezien op de slang, maar je hebt niet ópgezien naar het Lam, niet ópgezien naar de Gave des Vaders, die Ik u gaf om met Mij verzoend te worden.

De duivel werkt, hè, en zijn macht bereikt een hoogtepunt. Maar de Heere heeft zijn kop vermorzeld. Door die edele Plant van Naam, die Sterke Held. O, als er één gebonden zit in machten van pornografie, vuilheid of wereldse machten of muziek, in de machten van de Mammon, in de macht van de begeerte van de wereld, die inziet: ‘Ik ben een víjand van God!’ Ik zeg u: Víjanden worden met God verzoend! Het bloed van Jezus Christus reinigt van alle zonden en maakt vrij. Want de Zoon maakt waarlijk vrij. Daarom, hóórt Zijn Woord en keer weder, hóórt Zijn stem om je tot Hem te bekeren.

En dan zegt een van uw kinderen: “Maar als ik zo’n ding niet heb en als ik daar niet aan mee doe, dan ben ik in mijn klas, dan ben ik op mijn school, gewoon een loser [verliezer]. Maar weet je wanneer je een loser bent? Als je straks naast die muzikanten, naast die vrouwen die je hebt begeerd, naast je sporthelden, naast die modesterren, eeuwig de toorn van God draagt. Dan ben jij een loser. Maar laat me je dit zeggen. Je gaat niet verloren omdat je porno keek. Je gaat niet verloren omdat je stiekem voetbal keek. Je gaat niet verloren omdat je luisterde naar al die muziek. Je gaat verloren omdat je het Lám geen blik waardig keurde. Je gaat verlóren omdat je Hem niet hebt aanschouwd. Je gaat verlóren omdat je ging in de weg van Kaïn. Dáárom ga je verloren. Je gaat verloren maar niet omdat God lust heeft in je ondergang. Dat zweert Hij in de Bijbel. Géén lust jongen, géén lust meisje heeft Hij in jullie ondergang [Ezechiël 19:32]! De liefde van Christus dringt mij te zeggen: “laat je met God verzoenen.” Want dat is de enige genezing voor je hart dat wereld begeert. Hij geneest je. Ga niet voort in de weg van Kaïn, maar keer weder. Hij bidt u - want Gods dienaren bidden u van Christus wege en in Zijn Naam -: “Laat je met Mij verzoenen.” Want het kan nog, óók in deze dag en deze ure waarin de duivel zijn macht vergroot en je gebonden neemt.

En de Zoon maakt vrij door het geloof, door het aanschouwen van Hem Die gekruisigd is en eeuwig leeft. Híj heeft de sleutels van hel en dood. Híj alleen. Elke keer gaat door de verleiding van de techniek de hel voor je open. Élke keer. Maar nu zegt Christus: Die hel kan voor je op slot. Ik heb de sleutels! Hij nodigt je zo lieflijk en teer: “Zie op Míj, zie op Míj!” Je bent verloren gegaan, gestorven als Eva door te horen, te zien en te grijpen. Je wordt behouden om niét. Door te zien op en het eigenen van dat Lam. Om niét!

Amen

Psalm 106:24

Nochtans was God met hen begaan; Hij zag hun angst, hun tranen aan, En hunner hateren verwoedheid; Hij dacht aan Zijn gestaafd verbond, En had berouw, naar al Zijn goedheid, Meedogendheid met Isrels wond.

Nawoord kandidaat Jansen

Geachte hoorder,

In mijn tijdrede heb ik een Bijbelse alarm-roep aan uw hart gelegd. Inmiddels gaat uw leven weer door. De duivel gaat ook door. Als u overtuigd bent dat het anders moet in uw leven, bent u misschien als de spartelende vlieg, waar die helse spin zijn web heel snel omheen weeft. Machteloos en overweldigd door zijn sluwheid en snelheid, worden wij gevangen. Ik vrees dat velen een spartelende, maar toch gewillige prooi zullen zijn voor zijn indoctrinatie. De macht van de Mammon, de macht van het beeld, de macht van het gemak en van de massa, zullen velen uit onze gezindte meevoeren onder de heerschappij van de antichrist. "Wee degenen die de aarde en de zee bewonen, want de duivel is tot u afgekomen, en heeft grote toorn, wetende dat hij een kleinen tijd heeft" (Openb.12:12b). Ik huil om uw kostbare ziel en de kostbare zielen van uw kinderen. Waak en bid! Ontwaak en roep! Er is een God Die leeft! Hij redt ouders en kinderen uit satans heerschappij (Jesaja 49:24-25).

Is er geen ontkomen aan de indoctrinatie van de duivel? Jawel, "zij hebben hem overwonnen door het bloed des Lams en door het woord hunner getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot den dood toe" (Openb. 12:11).

Als het ons nu niets kosten mag, wat zult u straks dan doen als de prijs nog groter wordt? Waag het met de Heere. Die in Hem gelooft zal niet beschaamd worden! Ik bid de levende God dat Hij u wijsheid en waakzaamheid schenkt...en dat de heerlijkheid van de Heere Jezus Christus uw hart zó inneemt, dat er geen wereld meer bij past. Al is de tijd zo vol gevaar, al is de macht der duisternis zo groot...wat zou die mens ontbreken of bedreigen, die in Christus geborgen is? Voor de kracht van Zijn Naam sidderen de duivelen. Die Naam is u gepredikt ... opdat u hoort en leeft!

Met heilbede,

Kandidaat R.J. Jansen


Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square

De blinkende Morgenster - preken van kand. R.J. Jansen